Pages Navigation Menu

Sharaf Mechelen

In den beginne

Het bestuderen van het universum is zowel een zaak van wetenschap als religie. Het ene omdat het ons kan vertellen hoe het ontstaan is, het andere omdat het ons iets zegt over het waarom en de zin ervan. Dat laatste is belangrijk omdat de wat en hoe vragen bijna altijd uitmonden in de waarom vraag.

Laten we terug gaan naar het belangrijkste feit uit de geschiedenis dat tevens haar begin markeerde: hoe is het universum (volgens sommigen een multiversum) kunnen ontstaan? Wat de wetenschap er vandaag over denkt is dat alles wat bestaat in een ver verleden in één immens heet en oneindig klein punt – de singulariteit genoemd- was samengeperst; er volgde een enorme knal, de Big Bang, en het universum zoals we het vandaag kennen ontvouwde zich. Toen de temperatuur voldoende zakte konden zich atomen en moleculen vormen tot de eerste bouwblokken. Zwaartekracht deed zijn werk en de eerste sterrenstelsels werden gevormd uit de ijle gassen Helium en Waterstof. Bepaalde sterren bezweken onder hun eigen gewicht, andere doofden uit, sommige door eerst in spectaculaire supernova’s te veranderen die kernfusie-ovens vormden voor zwaardere elementen, de latere basis voor water en koolstof, om ze vervolgens de ruimte in te slingerden (Het zijn deze laatste twee materies die nodig zijn om leven te kunnen vormen, in zekere zin komen we allemaal uit de baarmoeder van lang vergane sterren en is ons lichaam letterlijk opgetrokken uit sterrenstof). Daarna konden planeten en andere objecten vorm krijgen en komen we bij de laatste halte aan: het onstaan van het leven. De Big Bang is een algemeen aanvaarde theorie die de beste verklaring geeft over het ontstaan en de evolutie van het heelal. Twee NASA onderzoekers kregen recent (in 2006) de Nobelprijs voor Natuurkunde omdat ze bijkomend bewijs voor de 60 jaar oude Big Bang theorie ontdekten.

Het universum is groot, zeer zeer groot. Koud. Donker.
Onze Melkweg, een galactisch stelsel, bestaat uit honderdduizend miljoen sterren. Ongeveer.
En er zijn nog honderdduizend miljoen andere galaxies. Ongeveer.

 

In de woorden van Genesis “En God sprak: Laat er licht zijn…”
In al zijn eenvoud, een treffender beschrijving is er niet.

In de woorden van de Koran: De hemelen en de aarde waren één enkele samengesmolten massa. Wij hebben ze toen van elkaar gescheiden en uit water al het levende gemaakt. Het laatste deel van de zin is een verwijzing naar water als basis voor alle leven. Toen, 1400 jaar geleden, een revolutionaire gedachte, nu een algemeen aanvaard feit. Maar dit terzijde.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting, geeft de Bing Bang theorie geen antwoord over de aanleiding van het ontstaan van het universum. Het zegt iets over de beginsituatie (oneindig klein) en de expansie na de oerknal. De meest interessante gebeurtenis ooit, de oorzaak van alle andere gebeurtenissen, is relatief onderbelicht in de wetenschap. Dit mag niet verwonderlijk zijn, wetenschap is nu eenmaal de studie van het universum dat ontstond met de Big Bang. De rest valt buiten de realm van de wetenschap. De Big Bang theorie stelt dus enkel dat het heelal een begin heeft en vertelt iets over de omstandigheden net na de grote knal. Het waarom is voer voor filosofen en theologen.

Als bij de gewelddadige geboorte van het universum materie, energie, ruimte en de natuurwetten zijn ontstaan, dan zou het vreemd zijn dat de oorzaak van dit alles van dezelfde aard is. Met andere woorden, enkel wat het universum overstijgt kan dit allesomvattende systeem, de kosmos, tot leven brengen. Het kan niet zijn eigen oorzaak zijn. Er is hier een boeiend parallel te trekken met de onvolledigheidsstellingen van de wiskundige Kurt Gödel maar dat zou ons te ver doen afdwalen.

De drie monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom en islam) wijzen allemaal naar God als de Schepper door middel van het Woord, de Logos. Lees de magnifieke opening van het Evangelie naar Johannes in het Nieuwe Testament: In het begin was het Woord en het Woord was met God… Dus religie gaat hier een drastische stap verder dan de wetenschap en spreekt zich uit over de feitelijke veroorzaker. Om de woorden van Star Trek te parafraseren: to gobeyond where no man has gone before, namelijk voorbij de ruimte als uiterlijke grens :-)

Door God die het Woord sprak: “Wees”, een ander woord voor existentie, is er een oorzakelijke keten in werking gesteld die culmineerde in dit eigenste moment: u die deze woorden aan het lezen bent. U bent dus persoonlijk getuige van de schepping.

Religie is dus niet noodzakelijk in tegenspraak met wetenschap, het is als het ware de andere kant van dezelfde medaille.
Maar laten we duidelijk zijn op dit cruciale punt: wetenschap kan geen bewijzen geven voor het bestaan van God hoewel mensen er wel “tekenen” in zien die hun geloof verder onderbouwen. Anderzijds is er niets in de wetenschap dat in tegenspraak is met het geloof in een Schepper. Maar de wetenschap kan wel een interessante bijdrage leveren aan de discussie over God. Wel een waarschuwing: wanneer één van beide disciplines het terrein van het andere betreedt zonder respect of besef van de respectievelijke grenzen en beperkingen dan kan er verwarring ontstaan.

Veel mensen beschouwen God als een soort van tovenaar die ergens in een ver verleden besliste (om God weet welke reden ) uit het niets het heelal te creëeren. Helaas roept dit scenario enkele lastige vragen op. Bijvoorbeeld, wat deed God dan voordat Hij het universum schiep? Als God eeuwig en perfect is, waarom is Hij op een bepaald moment begonnen met de creatie van dit ondermaanse? De heilige Sint Augustinus, een 5de eeuwse Berber theoloog, kwam met een aanvaardbaar antwoord: zowel de wereld als de tijd zijn gemaakt door God. Een inzicht dat later door Albert Einstein bevestigd werd: tijd en ruimte zijn deel van dit universum waarbij tijd een (vierde) dimensie is. Zowel materie, natuurwetten als de tijd zelf zijn geboren uit de singulariteit op het moment van de Big Bang. En dus plaatsen we God, de Eeuwige, letterlijk buiten tijd en ruimte. God werd transcendent.

Met andere woorden, de vraag “wat gebeurde er voor de Big Bang?” is irrelevant want het begrip vóórheeft enkel een betekenis na de Big Bang. Net zomin als vragen waar God zich bevindt relevant is, want “waar” houdt een “plaats” in. Terwijl alles wat we “plaats” noemen pas ontstaan is na de Big Bang. In die zin is het te begrijpen waarom bepaalde theologen hemel en hel geen plaats maar een toestand noemen, een toestand waarin de ziel zich bevindt na de dood. De dood is dan een deur om dit universum te verlaten en de beperkingen van tijd en ruimte achter ons te laten. Vanuit dit standpunt bekeken is een eeuwig leven na de dood plausibel en slaan ook hier de voorgenoemde religies de nagel op de kop.

Het simpele idee van een God die op een bepaald moment een knop indrukte en -wis en waarachtig- het universum ontstond is dus verkeerd. Het is een weerspiegeling van de grootsheid van God dat voor Hem een tiental miljard jaar niet meer is dan het woord “Wees!”.
Wat wel overblijft van het tovenaarsgedeelte is dat het heelal inderdaad iets magisch is, niet alleen omdat het ineens uit het niets ontstond, maar ook door de schoonheid en perfectie ervan. Kijk om u heen: de zon schijnt, de wind blaast, de bloemen geuren in hun kleurenpracht, de rivieren stromen, de wolken drijven voorbij, de vogels die de hemel doorklieven en de vissen die de waters doorkruisen. Is dat geen magie?
Alles wat we normaal, gewoontjes of als dagdagelijks ervaren is feitelijk ontzagwekkend als je er bij stilstaat.

Laten we nu de aandacht richten op de tijd die God nodig had om dit alles vorm te geven. Het Oude Testament en de Koran zijn ook hier eenstemmig: alles gebeurde in welgeteld zes dagen. Een beetje paleontoloog moet hierom glimlachen. De oudste sporen van leven zijn fossielen van 3,5 miljard jaar oud. Radiometrische datering schat de Aarde rond de 4,5 miljard jaar. Het heelal zelf is driemaal zo oud…
Zeker, we kunnen hier dezelfde houding aannemen als sommige bijbelfundamentalisten en deze feiten negeren door te stellen dat God het heeft doen lijkenalsof de Aarde veel ouder is. Wie zijn wij om te twijfelen aan de almacht van God. Alleen… waarom zou Hij de mensheid een rad voor ogen draaien? Een beetje TV-predikant valt nu theatraal op zijn knieën en noemt dit een test voor ons geloof. Maar dat antwoord is niet goed genoeg voor een kritische geest.

In de Koran is God expliciet dat Zijn dagen niet dezelfde lengte hebben als de onze.
Voor de mensheid is de definitie van een dag het moment dat de Zon opkomt en weer ondergaat, of meer technisch: wanneer de Aarde éénmaal rond zijn as is gedraaid. De Aarde noch de Zon bestonden toen het universum werd gecreëerd en dus is deze menselijke maatstaf irrelevant om het scheppingswerk aan af te meten.

Het Arabische woord voor “dagen” is “ayyam”. Ayyam heeft eveneens de betekenis van periode of fase. Men kan dus gemakkelijk afleiden dat het universum in zes stadia of stappen is gecreëerd. De alom geprezen koranvertaler Yusuf Ali geeft als voetnoot bij de vertaling van ayyam: zeer lange periodes die eonen kunnen overspannen.

Er zijn mensen die op basis van enkele indicaties in de Koran de berekening hebben gemaakt dat het universum een dikke 18 miljard oud is. Komt aardig in de buurt van wat wetenschappers hebben berekend maar dit doet er eigenlijk weinig toe. Het is belangrijker om erop te wijzen dat ook hier geen contradictie is tussen de zes “dagen” van God en de visie van de wetenschap.

Wat zijn dan die zes stadia?
- In de eerste fase: laat er licht zijn
- Daarna werd de Aarde gecreëerd
- God scheidde licht en duisternis – men kan aannemen dat dit het draaien van de planeet Aarde rond zijn as is
- God scheidde land en water
- God creëerde planten en dieren
- En als kroon op het werk: God creëerde de mens

In de taal van vandaag: de sterren ontstonden lang voor de planeten. De Aarde was een hete magmabol van gesmolten gesteente. Eens de Aarde afkoelde kon het gecondenseerde water uit de atmosfeer neerdalen dat op haar beurt de diepergelegen gronden vulde tot wat men nu zeeën noemt. Dat eerst de planten en dieren ontstonden is in lijn met de evolutietheorie die de mens als jongste loot aan de levensboom plaatst. De ene fase is het fundament van de volgende, dat is de essentie van de 6 dagen boodschap.

En dus loopt de mens hier op deze aardbol, uitgerust met het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, zich afvragend waar hij vandaan komt en wat hij hier doet.

Voor alle duidelijkheid: noch de Bijbel noch de Koran zijn encyclopedieën of wetenschappelijke werken die ons tot in de details vertellen hoe God dit alles tot ontstaan bracht. Maar de beschrijvingen uit zowel de Bijbel als Koran over het ontstaan van het heelal is niet in tegenstelling met moderne opvattingen. Er is niets irrationeels aan het geloof in een Schepper die het universum, met ons in gedachten volgens het Antropisch principe, heeft ontworpen. In de woorden van King Lear, het hoofdpersonage uit het gelijknamig stuk van William Shakespeare: “Uit niets kan niets ontstaan”.

En wat gebeurde er nu op die fameuze zevende dag? De Bijbel vertelt ons dat God op die dag rustte, moe van al Zijn creatief werk.

Daaraan hebben we nog altijd de zondag als wekelijkse rustdag te danken hoewel deze alsmaar meer onder druk komt te staan door economische motieven. Ere wie ere toekomt, wat dit betreft stonden de Socialisten en Christen-Democraten op één lijn om de zondag als rustdag wettelijk te verankeren in 1905. Voor orthodoxe joden is de (zaterdagse) rustdag nog altijd absoluut.

En hier komen we tot een interessant verschil tussen enerzijds het joden- en christendom en anderzijds de islam.

Voor een moslim is een Almachtige God die rust nodig heeft gelijk aan blasfemie. Er is een gedeelte van een vers in de Koran, toepasselijk genaamd de Troon, dat de volgende beschrijving geeft:
God! Er is geen god dan Hij, de Levende, de Eeuwige
Sluimer noch slaap overmant Hem
Hem behoren alle dingen in de hemelen en op aarde
Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming?
Hij weet wat er voor hen en wat er na hen komt
Evenmin kunnen zij iets vatten van Zijn kennis zonder Zijn wil
Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en aarde en Hij voelt geen vermoeidheid om beide in stand te houden
Hij is de Verhevene, de Allerhoogste

In de islamitische kijk nam Hij dus plaats op Zijn troon op de zevende dag. Wat doet een koning op zijn troon? Niet rusten maar wel zijn rijk regeren, toezicht houden, zorg dragen en beheren. Merk ook het verdere vervolg op van het bovenstaande vers: “Godsdienst kent geen dwang. Redelijk inzicht staat in schril contrast met dwaling”

Eens geschapen moet het universum worden beheerd. Er is geen reden om aan te nemen dat de schepping een eenmalige daad is waarna die op zichzelf blijft draaien. Wat draait er op zichzelf of vanuit zichzelf? Niets.
Uitgaande van het feit dat we nu bestaan volgt niet noodzakelijk het feit, dat we een ogenblik later ook zullen bestaan.
Tenzij een oorzaak, dezelfde die ons voortgebracht heeft, ons als het ware voortdurend zal herscheppen.
In islam is dit idee van een voortdurende herschepping, bekend onder de noemer occasionalisme, verder uitgewerkt door de Ashari school en, onder andere, door de bekende filosoof Al Ghazali verdedigt. Je kunt stellen dat de wereld van het ene moment niet de wereld is van het volgend moment. Voor een Westerse geest die denkt in termen van causaliteit (oorzaak en gevolg) is dit een radikale gedachte. Maar voor bijvoorbeeld een Chinees die gelooft dat twee zaken met elkaar verband houden door het tijdstip van gebeuren is dit een vrij normaal gegeven. Vandaar dat een horoscoop -de levensloop is verbonden met de sterrenstand op het moment van geboorte- aansluit bij het Chinees standpunt maar bijgeloof is voor de Westerse rationele mens niettegenstaande de populariteit ervan in de dag- en weekbladen.

Het verband tussen de wereld nu, en binnen een ogenblik, is het proces van herschepping door God. De schakel is dus enkel de wil van God.

Het interessante is dat het occasionalisme recent nieuw leven is ingeblazen door quantum fysici. In de quantummechanica kan men verschillende fenomenen simpelweg niet verklaren door de keten van oorzaak en gevolg (het zogenaamde determinisme). Men spreekt er liever over een distributie en waarschijnlijkheid van mogelijkheden.

En zo komen we uit bij een onophoudelijk scheppende Geest. God als Schepper en voortdurende Herschepper.

Er is geen betere manier om God te appreciëren als creatieve geest dan naar de fenomenale complexiteit van het universum te kijken.
Zowel het miniscule als het onmeetbare blaast je gewoon weg. Je kunt het enkel met verbazing aanschouwen.
In de Koran roept God ons op om de schepping te observeren met verstand van geest zodat we herinnerd worden aan Zijn almacht, glorie en genade. Met andere woorden, wij worden opgeroepen om de wetenschap uit te oefenen.
Door de natuur in zijn vele uitingsvormen te onderzoeken kun je je hart laten vullen met liefde voor Hem.
Liefhebben? Zeker, wat anders rest ons dan Hem die ons het leven schonk lief te hebben?
Liefhebben omwille van Zijn onmetelijke wijsheid. Liefhebben omwille van Zijn genade. Liefhebben omwille van Zijn oneindig vermogen.
Hem te loven, te danken en te verheerlijken. Gefascineerd zijn door Hem. Meer willen weten over Hem. En over Zijn schepping.
Op deze manier kan onze beperke geest een oneindige grenzeloze Geest waarderen. Sommigen noemen dit bidden.
Het is niet toevallig dat het dagelijkse islamitische gebed start met “God is groter”. Groter dan wat? Wel, groter dan alles wat je je maar kunt inbeelden. Datzelfde gebed eindigt met het woord “vrede”. Men opent met het onvoorstelbare om te eindigen in harmonie. In vrede met zichzelf, het universum en de Schepper. Om nogmaals de Koran te citeren: “O Heer, U omvat alles in genade en kennis”

Blijft over, het klassieke favoriete argument van Jehova’s Getuigen: de mens en de wereld zijn zo complex dat het wijst op een maker. Net zoals de vlekkeloze mechaniek van een horloge wijst op het bestaan van een horlogemaker. Dit argument snijdt hout, alleen… kan het tegen zichzelf keren. Als wij al zo gesofisticeerd zijn dat het duidt op een intelligente maker, wie heeft dan die intelligente maker gemaakt? Een nog slimmere maker? En wie heeft dan de maker van de maker gemaakt? Deze vraag kun je tot in het oneindige herhalen en is dus zinloos. Het antwoord is vrij eenvoudig: alles wat bestaat in dit universum heeft op zijn beurt een oorzaak dat helemaal terug te brengen is tot aan de Big Bang. Waaruit is de Big Bang dan ontstaan? Antwoord: het tijdelijke kan enkel voortkomen uit het eeuwige. “De Eeuwige” is niet toevallig een attribuut van God. Wat Aristoteles scherpzinnig de “Onbeweeglijke Beweger” noemde. Geen wonder dat sommige moslims gedurende de hoogdagen van islamitische kunst en wetenschap deze Oude Griek als een profeet beschouwden.

Natuurlijk, het staat je vrij om te geloven dat het universum een schitterend meesterwerk is dat door niemand is gemaakt :-)

Ik zou zeggen: ga naar buiten, kijk omhoog en voel je nietig in de eindeloze uitgestrektheid der firmament terwijl je God’s retorische vraag uit de Koran kunt overpeinzen: “Heb jij dit alles gemaakt of is dit Mijn werk?”